Bloedgroep





Er bestaat een chemische wisselwerking tussen je bloedgroep en het voedsel dat je eet.

Door je voeding aan te passen aan je bloedgroep oefen je een krachtige, positieve invloed uit
op de spijsvertering, de stofwisseling en het immuunsysteem.

Je bloedgroep wordt bepaald door een combinatie van twee bloedgroep allelen (alternerende genen),
een van moeders kant en een van vaders kant.

A en B zijn dominant ten opzichte van O.

A en B zijn co-dominant.

AA → bloedgroep A
AO → bloedgroep A 
BB → bloedgroep B
BO → bloedgroep B 
OO → bloedgroep O
AB → bloedgroep AB



Bloedgroep O is gebaat bij een dieet met relatief veel dierlijke eiwitten en weinig koolhydraten uit granen (brood/pasta). Weinig zuivel en dan van geiten- of schapenmelk, geen zuivel van koemelk (roomboter uitgezonderd).


Globale verdeling eiwitten en koolhydraten; net zoveel eiwitten als koolhydraten

Bloedgroep A is gebaat bij een dieet met voornamelijk plantaardige eiwitten, en kan in het algemeen goed overweg met koolhydraat rijke granen. Geen koemelk producten, tenzij gefermenteerd zoals yoghurt en kwark.

Globale verdeling eiwitten en koolhydraten; 4 x zoveel koolhydraten als eiwitten

Bloedgroep B is gebaat bij een mix van dierlijke en plantaardige eiwitten en een beperkte hoeveelheid granen. Zuivel producten, ook van koemelk, worden over het algemeen goed verdragen.

Globale verdeling eiwitten en koolhydraten; 2 x zoveel koolhydraten als eiwitten


Bloedgroep AB is net als B gebaat bij een mix van dierlijke en plantaardige eiwitten en een beperkte hoeveelheid granen. Zuivel producten, ook van koemelk, worden over het algemeen goed verdragen.

Globale verdeling eiwitten en koolhydraten; 3 x zoveel koolhydraten als eiwitten